Opeens staat alles stil is een persoonlijk en waargebeurd verhaal over wat er gebeurt als het gewone leven van de ene op de andere dag verandert.
Wat begint als een reis van Jan en zijn zoon Tjalle-Jan naar Zweden, wordt het begin van een ingrijpende zoektocht. Na een val in het hotel belandt Jan in een ambulance naar Stockholm. Niet veel later zit hij in een rolstoel en krijgt hij een levensverwachting te horen waar niemand op is voorbereid.
Het boek vertelt over operatie, bestralingen, chemo, revalidatie, gesprekken met artsen en specialisten, maar vooral over de menselijke kant van ziekte: gezin, onzekerheid, liefde, hoop en blijven zoeken naar perspectief.